03 Dertig argumenten voor een kinderwens.

Afgelopen jaar werd de vraag actueel: heb ik een kinderwens? Daarvoor kwam de vraag wel eens voorbij maar schoof ik het vooruit. Maar vorig jaar veranderde mijn situatie waardoor een antwoord niet langer kon uitblijven.

Ik heb daardoor veel gelezen met veel mensen gesproken over kinderen krijgen. Ik had veel aan boeken uit de psychologie en de filosofie1. Maar ik vond ook forums die bijzonder nuttig waren door de diverse persoonlijke anekdotes en reflecties2. De interviews waren vooral nuttig doordat ik mensen sprak die geen kinderen hebben. Wat voor een levens hebben zij eigenlijk? Treuren ze hun gemis aan kinderen, of is het juist bevrijdend?

De ontdekte dat het hebben van kinderen de kans op sommige levenslopen vergroot en anderen juist verkleint. Dat is natuurlijk niet bijzonder. Maar het lijkt ook iets te zijn wat veel mensen zich pas realiseren nadat ze kinderen krijgen. De mensen die bewust geen kinderen hebben wisten vaak dit inzicht al vanaf een jonge leeftijd. Ik denk dat de keuze voor een kind de meest belangrijkste keuze is die je kan maken als je bewust je levensloop een bepaalde richting wilt geven.

Het bewust niet kiezen voor kinderen is overigens nog steeds een beetje taboe. Er is heel weinig informatie beschikbaar over hoe mensen hun leven ervaren zonder kinderen. Voor mensen die wel een kinderwens hebben is er juist overvloedig veel informatie. Het zorgt ervoor dat je het gevoel krijgt dat het niet kiezen voor kinderen een uitzonderingspositie is. De statistiek bevestigt dit. Ongeveer 18 tot 20 procent van alle vrouwen krijgt in haar leven geen kinderen. Ongeveer de helft kiest hier bewust voor 3. Maar deze groep wordt wel in verhouding elk jaar groter, vooral onder hoogopgeleiden.

Mijn zoektocht was verhelderend en leverde veel inzichten op hoe mensen hun keuze voor kinderen motiveren. Dat is verrassend divers. Ik kwam onlogische, incorrecte of misleidende argumenten tegen. Ik vond ook argumenten die ik relevant vond, maar alleen niet binnen mijn persoonlijke context. En er waren ook argumenten die ik overtuigend vond, en die ik ook zelf gebruik bij het maken van mijn keus.

Dertig argumenten beschrijf ik hieronder. Ik maak een rangordening van de minst tot de meest overtuigende argumenten. Bij elke argument schrijf ik in korte reflectie of observatie. Deze uitweidingen zijn subjectief: het is mijn mening. Dat is daardoor ook relatief aan mijn eigen persoonlijke context. Andere mensen komen tot andere conclusies. Dit is ook geen ontworpen en gebalanceerd opinieonderzoek. Het zijn slechts enkele persoonlijke anekdotische bevindingen. Ik schrijf het met de bedoeling om te inspireren en niet als waarheidsbevinding.

Dertig argumenten waarom je kinderen wilt krijgen.

Je wilt kinderen. Hieronder volgen dertig argumenten waarom je dat wilt. De argumenten variëren van bovenaan het minst overtuigend tot onderaan het meest overtuigend. De ordening is subjectief en persoonlijk. Iedereen maakt waarschijnlijk een andere indeling. Bij elk argument vermeld ik een korte persoonlijke reflectie. Ik eindig met een korte beschouwing.

30: Met kinderen voel ik mij belangrijk.

Dit is verreweg de meest onverstandige reden om een kind te willen. Het is een manier om het kind te gebruiken voor het funderen en ondersteunen van het eigen ego. Het betekent dat niet het belang van het kind prioriteit krijgt, maar het belang van de ouder. Het kind is belast met een taak vanaf de geboorte. Het moet het zelfbeeld van de ouder verstevigen en vergroten. In de meest extreme variant worden kinderen ingezet door de ouder als structureel mechanisme om de eigen lage zelfwaardering te compenseren. Dit is een vorm van mishandeling. Het kan leiden tot zeer beschadigde en getraumatiseerde volwassenen.

Maar zelfs bij een niet pathologische variant kan iedereen met een kinderwens zich afvragen: als ik in de eerste plaats kinderen neem voor mijzelf, is dat dan wel verstandig? Een ouder hoeft zich niet weg te cijferen en mag opkomen voor de eigen belangen, en uiteraard ook kinderen nemen om persoonlijke redenen. Maar de belangen van het kind zijn altijd hoger in rangorde dan de belangen van de ouder. Omdat het kind afhankelijk is voor zijn overleving en ontwikkeling van de ouder. Accepteer je dat niet, dan is het nemen van kinderen onverstandig.

Het komt vaker voor dan we verwachten. In onze maatschappij geven we ouders een hogere waardering. Moeders veranderen van identiteit en krijgen meer aanzien. Vaders zien we als meer verantwoordelijk en volwassener. Het hebben van kinderen heeft een klein maar merkbaar statusverhogend effect. Voor iemand die zoekt naar erkenning kan een kind een oplossing zijn om het eigen zelfbeeld te ondersteunen. Maar het is een schijnoplossing. De uitdagingen van het ouderschap confronteert de ouder meer met het lage zelfbeeld dan een eventueel verhoogde sociaal-maatschappelijke status kan compenseren.

Kinderen van zulke ouders zijn belast met een taak die zij nooit kunnen vervullen. Omdat in een gezonde ontwikkeling het kind de ouder zal uitdagen. Dit doet het kind om te oefenen met zelfstandiger worden. De ouder buigt mee, en geeft soms weerstand, afhankelijk van hoeveel het kind aankan en wat verstandig is in elke situatie. In een goed groeiproces lijdt dit tot een gezonde veilige hechting en de ontwikkeling van zelfvertrouwen bij het kind.

Maar juist bij die ouders die veel bezig zijn met status en het aanzien bij anderen, zullen zij er veel voor over hebben om te voorkomen dat het kind de ouder in een beschamend situatie brengt. De ouder verhindert het kind om uit te dagen. Dat geeft angst om de eigen zelfwaardering te verliezen in het aanzien door anderen. Het verhoogde zelfbeeld is gefundeerd op basis van een fictief, perfect plaatje van het ouderschap dat naar buiten toe moet worden uitgestraald. Het kan leiden tot een verminkt groeiproces en getraumatiseerde kinderen.

29: Met een kind kan ik een voorbeeld stellen.

Dit argument is bevat het idee dat je met kinderen de wereld kan verbeteren. Maar dit is verpakt in de vorm van een persoonlijke missie van de ouder. Het gaat hier om duidelijke verwachtingen over wie het kind behoort te worden. Een briljante pianospeler bijvoorbeeld. Of een topsporter. Of iemand die hoge intellectuele verdiensten behaalt. Dat is anders dan fantaseren over wie jouw kind zal worden. Dat is prima. Het gaat mis als je de fantasieën wil realiseren.

Het is een slechte motivatie. Als ouder heb je geen controle over de talenten, eigenschappen en mogelijkheden van je kind. Misschien zie je jouw kind graag opgroeien als arts, maar blijkt jouw kind vooral interesse te hebben in schilderkunst. Of je wil van jouw kind een politiek talent maken, maar jouw kind blijkt vooral passie te hebben voor introverte activiteiten zoals schrijven en boeken lezen. Het hebben van sterke verwachtingen over wie jouw kind moet worden is daarom een recept voor een teleurstelling.

Een ander probleem is dat het kind vanaf de geboorte belast is met verwachtingen. Elk kind groeit uit tot een unieke persoonlijkheid, een mix van wat het kind heeft gekregen aan genen en aan invloeden uit de omgeving. Hoge verwachtingen door de ouders verhindert het kind tot het volledig vormen van de eigen persoonlijkheid. De verwachtingen zijn opgelegd vanuit het ego van de ouder. Dat legt een druk op het kind. Het kind kan zich niet langer vrij uiten. Het kan ook niet meer vrij oefenen met het zelfstandig worden. In plaats van dat het kind zichzelf ontwikkeld en ontdekt, wordt zij geforceerd een identiteit aan te nemen dat helemaal niet past. Dat kan gepaard gaan met veel verlies aan welzijn, en soms lijden tot trauma’s.

28: Mijn partner draait wel bij.

Dit argument heb ik ook gehoord als: mijn partner wil niet, maar als het kind er eenmaal is weet ik zeker dat hij van mening veranderd. Een andere klassieke redenering is dat er problemen zijn in de relatie, en dat kinderen ervoor gaan zorgen dat deze problemen verdwijnen. Het zijn vooral vrouwen die deze redenering uiten.

Er zijn twee redenen waarom dit een denkfout is. Ten eerste is het opvoeden van kinderen een levenslange taak. Voor langere termijn projecties over het gedrag van volwassenen is het terugkijken naar gedrag in het verleden een redelijke voorspeller. Dat betekent dat als een partner herhaaldelijk heeft aangegeven kinderen niet te willen, de partner misschien tijdelijk even kan veranderen, maar daarna alsnog weer terugkeert naar het normgedrag. En dat betekent dat de partner ook na de geboorte alsnog geen kinderen wil. Daar brengt allerlei teleurstellingen voor iedereen.

De tweede reden is dat het hebben van een gezin voor de meeste van ons een uitdagend en stressvol bestaan is. Met name als de kinderen jong zijn. Onder een verhoogde draaglast worden negatieve associaties of emoties uitvergroot. Was iemand voornamelijk negatief over kinderen voordat de kinderen er waren? Dan is de kans groot dat dit nog meer toeneemt na de geboorte. Waren er problemen in de relatie voordat er kinderen kwamen? Dan worden deze problemen acuter en hebben ze een nog grotere impact.

27: Mijn partner wil kinderen.

Als je de keuze aan je partner overlaat en je maakt geen eigen keuze, dan maak je alsnog een keuze, namelijk die van je partner. Je hebt dan uiteindelijk minder controle over je leven. Het zijn vaak de vaders die zo met de kinderwens om lijken te gaan. Het wordt vaak wat besmuikt verteld, een beetje in de trend van: ‘mijn vrouw is gelukkig en ik ben getrouwd’.

Het hebben van kinderen is een grote levensinvulling. Je bent voor een lange periode bezig om voorwaarden te scheppen waarbinnen het welzijn van je kinderen kan worden bevorderd, en je kinderen kunnen uitgroeien tot gezonde en sterke volwassenen. Die taak is zo groot dat als het moment komt dat je kinderen worden geboren je op dat moment niet meer de vrijheid hebt om weg te lopen voor jouw verantwoordelijkheid. De keuze voor kinderen overlaten aan je partner is daarom praktisch onverstandig en amoreel. Het is vergelijkbaar met de ogen dicht door het rode licht rijden. Het kan goed gaan, maar als het verkeerd uitpakt, berokken je schade aan mensen. Daarvoor blijf je verantwoordelijk.

26: Je bent egoïstisch als je geen kinderen maakt.

Dit wordt soms gefluisterd door ouders die geconfronteerd worden met mensen die niet voor kinderen hebben gekozen en daardoor andere mogelijkheden hebben. Bijvoorbeeld doordat mensen zonder kinderen meer bestedingsvrijheid ervaren, in betere huizen kunnen wonen, meer kunnen reizen of meer tijd kunnen besteden aan hun werk of aan hun hobby. Of dat egoïstisch is hangt vooral af van de beoordelaar. Er is denk ik geen objectieve norm aan te koppelen.

Vaak wordt vergeten dat de mensen die geen kinderen hebben ook meer ruimte hebben in tijd. Dat kan worden besteed aan maatschappelijke nevenfuncties, pro Deo verrichtingen of sociaal waardevolle prestaties in hun werkveld. Dat wekt jalousie op bij mensen met kinderen. Zijn de prestaties van mensen zonder kinderen meer egoïstisch dan het starten van een gezin? Ook als het nettoresultaat een grotere impact heeft voor de samenleving? Het valt niet objectief te meten of te beoordelen. De discussie is daardoor irrelevant.

25: Iedereen heeft kinderen.

Dit wordt vaak verteld als ‘dat is nou eenmaal iets wat je doet’ of ‘ik heb er niet echt over nagedacht’. In deze redenering is het krijgen van kinderen een onvermijdelijk lot in het leven. De meeste mensen in Nederland maken kinderen. Als je meeloopt met de massa en je maakt geen keus, dan maak je alsnog een keus, namelijk meelopen met de massa. Je geeft dan een stuk controle over je lotsbestemming uit handen. Dat kan goed uitpakken, als je in de omstandigheden verkeert dat kinderen geen negatieve invloed uitoefenen op je welzijn.

Maar voor veel mensen leidt het ook tot een bemoeilijking of verslechtering van het leven. Achteraf bevragen mensen zich daarom waarom ze eigenlijk kinderen hebben genomen. En of een andere keuze niet logischer was. Het negeert de praktische verantwoordelijkheid die je hebt als ouder. Om niet alleen te waken en te beschermen over het leven van een ander mens, maar je ook in te spannen dag en nacht om een ander mens te laten volgroeien tot een gezonde en capabele volwassene. Deze verantwoordelijkheid is te groot om over te dragen aan de massa. Vrijwel iedereen kan ouder worden van een kind, maar niet iedereen moet ook ouder worden.

24: Met een kind heb ik iemand die later voor mij kan zorgen.

Dit heb ik ook gehoord in een maatschappelijke variant: wie gaat er straks zorgen voor onze ouderen als er geen kinderen meer worden gemaakt? Het is een stroman argument. Het overgrote deel van de ouderen heeft nu al niet iemand die klaar staat om voor hen te zorgen. Het is denk ik waar dat de vergrijzing een enorme druk brengt op onze zorg. Een massale toename van geboorten zou dat wat kunnen verlichten. Maar als we redeneren vanuit een persoonlijk kader is dit niet een overweging om kinderen te krijgen.

Het hebben van kinderen is geen garantie voor een verzorgde oude dag. Dat geld voor het fysieke, sociale en financiële welzijn. Het komt doordat mensen steeds meer moeten werken voor het behoud van hun bestedingskracht. Daardoor is er minder tijd over voor mantelzorg. Het heeft ook te maken met een toegenomen individualisering. Veel mensen ervaren geen culturele of sociale verplichting om voor hun ouders te zorgen. Dat behoort de staat te doen misschien. Bovendien is het geen garantie dat jouw kinderen er überhaupt nog zijn als jij oud bent. Misschien leven ze niet meer, of wonen ze in het buitenland.

23: Ik ben ongewoon zonder kinderen.

Dit is een oordeel dat vaak geveld wordt op basis van conservatieve waarden. Het kan ook komen omdat alle broers of zussen kinderen krijgen. Dan is er vaak een sociale druk om te conformeren. Ik vind het geen sterk argument. Wat de norm is veranderd continu, en hangt af van de perceptie van de beoordelaar. Steeds meer mensen kiezen om bewust zonder kinderen te leven. Misschien draait het over enkele decennia wel om, en ben je ongewoon als je wel kinderen hebt. Betekent dit dat je nu een verkeerde beslissing neemt? En wie bepaalt eigenlijk wat ongewoon is in het leven? Als je verandert van normgroep, verandert ook het oordeel.

22: Zonder kinderen heb je geen totale levenservaring.

Dit de opvatting dat een leven niet compleet is zonder kinderen. Of kinderen een leven compleet maken valt niet objectief vast te stellen. Want de definitie van een compleet leven is persoonlijk. Voor veel mensen is het hebben van kinderen een interessante levenservaring die ze niet zouden willen missen. Voor hen hebben de kinderen het leven inderdaad completer of meer totaal gemaakt. Heel veel anderen hebben er een nogal onverschillige mening over.

Er zijn ook mensen die spijt hebben van het krijgen van kinderen. Dat hoor je weinig, omdat er een taboe op rust. Het komt omdat bepaalde levenservaringen die ouders graag hadden willen hebben niet meer mogelijk zijn nadat er kinderen komen. Vaak ervaren mensen dit pas achteraf. Het gaat dan bijvoorbeeld om het wonen in het buitenland, het hebben van een succesvolle carrière, het doorlopen van lange loopbanen of het volgen van moeilijke, dure of intensieve studies. Zoiets kan misschien ook wel met kinderen. Maar dan wel met opofferingen waaronder ook de kinderen lijden. Eventueel kan het op een latere leeftijd, maar dan is de dalende gezondheid vaak de beperking. Voor hen hebben kinderen een totale levenservering juist verhinderd. Het betekent dat de opvatting dat het hebben van kinderen leidt tot een totale levenservaring op zijn best subjectief is, en op zijn slechtst misleidend.

21: Met kinderen vervul ik een wens van mijn ouders.

De sociale druk om kleinkinderen te brengen aan de ouders valt niet te onderkennen. Vaak gaat het subtiel met opmerkingen zoals ‘of de tijd er al rijp voor is’. Ik heb het ook brutaler gezien, met ouders specifiek verhuizen voor de toekomstige kleinkinderen. Misschien hebben de grootouders een idee over hoe zij hun tijd na het pensioen gaan invullen met kleinkinderen. Maar uiteindelijk zijn het niet de grootouders die de kinderen opvoeden of die de verantwoordelijkheid dragen. Dat zijn de ouders zelf. Het is daardoor oneerlijk om de grootouders een bestuursrecht te geven over een kinderwens. Ook al willen de grootouders nog zo graag, zij spelen geen rol in dit proces.

20: Als je kinderen hebt ben je nooit meer alleen.

Eenzaamheid is je niet verbonden voelen. Je ervaart een gemis aan een hechte, emotionele band met anderen. Het nemen van kinderen kan hiervoor een oplossing zijn. Met een kind ben je niet meer alleen. Als een kind veilig gehecht is dan kan het de behoefte aan verbondenheid voorzien. Het lijkt een logische oplossing. Neem een kind, en je eenzaamheid is verleden tijd.

De werkelijk pakt vaak anders uit. Een kind is natuurlijk niet bedoeld om de eenzaamheid van ouders te verhelpen. Omdat een kind bijvoorbeeld niet bezig is met de behoeften van de ouders. Maar ook omdat als ouder je een zorgende rol hebt. Jouw kind is niet je vriend of een aseksuele partner. Als ouder zal je soms je kinderen moeten corrigeren. En naar mate kinderen ouder worden nemen ze meer afstand. Ze gaan hun eigen identiteit ontwikkelen. Ze maken eigen keuzes waarbij jouw belang niet leidend is. Uiteindelijk gaan ze bij je weg.

Wil je eenzaamheid oplossen is het verstandig om dit te doen voordat er kinderen komen. Op die manier kan je voorkomen dat je kinderen belast zijn met een taak waarvoor ze niet hebben gekozen en die ze ook niet kunnen uitvoeren. Daarnaast loopt je minder risico als ouder om je weer alleen te voelen als je kinderen het huis verlaten. En ben je psychisch minder kwetsbaar en beter opgewassen tegen de vele uitdagingen die het ouderschap met zich meebrengt.

19: Kinderen geven controle over familiekapitaal.

Vroeger kon door strategisch te trouwen een familiebezit worden vergroot of worden afgeschermd. Dat kan in zekere zin nog steeds, maar drie ontwikkelingen maken het argument irrelevant. Ten eerste hebben we controle over de lotsbestemming van onze erfenis via een testament. We kunnen ons vermogen dus zelf een bestemming geven als we sterven. Ten tweede is het erfrecht sinds lange tijd niet meer exclusief lopend via het mannelijke geslacht. Daardoor is de controle over familiekapitaal flink verminderd. Ten derde tuigen welgestelde families doorgaans een aparte zelfstandige rechtsvorm op waarin het familievermogen is belegd en het vruchtgebruik wordt toegezegd aan een exclusieve groep. Kapitaalbeheersing vindt daardoor in de praktijk niet meer plaats via voortplanting. Het idee is niet strikt onlogisch. Het zorgvuldig kiezen van je (welgestelde) partner kan een grote impact hebben op je eigen welvaart, wat je kan doorgeven aan je kinderen. Maar het is geen sterk argument om een kinderwens op te baseren.

18: Met kinderen hou ik mijn bloedlijn in stand.

Voor sommigen van ons is dit argument relevant. Als je bijvoorbeeld uit een regenten familie afkomstig bent, of je bent afkomstig uit een adellijke familie, is het voorstelbaar dat je jouw titel of autoriteit in stand wilt houden. Voor de meesten van ons is dit niet het geval. Zelfs als je een bloedlijn in stand wilt houden is het irrelevant. Sinds Napoleon is de eenheid in bestuur van alle grondgebieden naar democratische beginselen opgedrongen. Als telg uit een adellijk geslacht gelden dezelfde rechten en plichten als voor een ‘normale’ burger. Met een adellijke titel ben je niet langer bijzonder.

De meeste Nederlanders komen uit een doodnormale familie met voorouders die werkzaam waren in de visserij, de landbouw, de fabrieken of in de detailhandel. Voor hen is het in stand houden van een bloedlijn helemaal niet vanzelfsprekend. Of je een bloedlijn in stand wilt houden heeft daardoor vooral te maken met een belang hechten aan historische waarden. Omdat je bijvoorbeeld een verhaal wilt voortzetten. Dat kan een persoonlijk verhaal zijn of een familieverhaal. Ik beoordeel het als een slecht een kinderwens. Bijvoorbeeld doordat het de praktische, alledaagse verantwoordelijkheid van het ouderschap negeert. Het reduceert het ouderschap onterecht tot een symbool.

17: Door mijn kinderen heb ik een zinvol bestaan.

Soms ook verteld als: zonder kinderen voel ik mij zinloos. Of zonder kinderen ben ik zelf zinloos. Het is mij ook verteld als een oplossing voor een ‘leeg gevoel’. Dat is een risico voor het welzijn van het kind, omdat op het kind nu een verantwoordelijkheid rust om een psychische behoefte van de ouder te vervullen. Dat is vaak een aanleiding voor een latere hechtingsproblematiek, als bij de ouder blijkt dat het kind niet in staat is om de gevoelens van zinloosheid weg te nemen.

Zinvolheid is een abstract en subjectief begrip. Er is geen objectieve maatstaf voor. Zinvolheid is ook veranderlijk, afhankelijk van bijvoorbeeld je levensfase en je sociale kring. Er zit ook een geloofsaspect aan zinvolheid. Zinvolheid is afhankelijk van de waarden die je prioriteit geeft. Die waarden werken normerend, maar dat komt alleen omdat we geloven dat ze normerend moeten zijn.

Er is geen objectief bewijs dat een zinvol bestaan alleen kan worden bereikt met kinderen. Als je nu voelt dat kinderen je leven zinvol gaan maken, is er zelfs een goede kans dat je dit inzicht later weer verlaat. Bijvoorbeeld omdat je merkt dat heel veel mensen kinderen maken, en dat alleen al op basis van de alledaagsheid van het ouderschap de zinvolheid ervan begint te verminderen. Of doordat je merkt dat de tijd die ouderschap vraagt niet meer kan worden besteed aan andere zinvolle tijdbestedingen, zoals in je werk of in het verenigingsleven.

16: Kinderen zijn het waard om je voor op te offeren.

Het idee hierbij is dat je met kinderen pas een waardig bestaan hebt, waarin je niet te koop hoeft te lopen met je successen, of met je kapitaal. Je zuinigheid en je goede arbeidsethos staan in het teken van iets groters dan het ordinaire: het brengen en opvoeden van nieuw leven. Dit is natuurlijk gebaseerd op calvinistische waarden. Voor een deel van de Nederlanders nog altijd verrassend relevant denk ik. Opmerkelijk is het idee dat kinderen betekent dat je iets moet opofferen. Kinderen groot brengen vraagt meestal inderdaad compromissen. Maar als je het gevoel hebt dat je iets moet opofferen, kan dat ook een teken zijn dat je misschien beter geen kinderen kan nemen. Let ook op de subtiele manier van denigreren van mensen zonder kinderen. Zij leven eigenlijk onzedig.

15: Met kinderen vervul ik mijn biologische rol.

Dit wordt soms ook vertaald als: ik heb goede genen en die moeten worden doorgeven aan een volgende generatie. Het lijkt een rationele overweging: we zijn op aarde om ons voort te planten. Maar in de natuur is er weinig ruimte voor moraliteit of rechtvaardigheid. Er is in ieder geval geen noodzaak om je voor te planten. Onze genenpoel is divers genoeg en onze soort overleeft prima. Er zijn ook ideeën dat door het uitputten van de aarde het juist beter is voor onze soort als er minder kinderen worden geboren. Bovendien kunnen we stellen dat we het ‘biologische recht’ hebben om onze voortplanting te verhinderen, doordat we als soort intelligent genoeg zijn om hierover te beschikken. Als het vooral draait om het doorgeven van genen, is een eicel of zaaddonatie ook nog een optie.

14: Met kinderen vervul ik mijn religieuze rol.

Indien iemand (orthodox) gelovig is kan het krijgen van een kind soms bijna voelen als een spirituele gebeurtenis. Omdat het binnen het geloofsdomein valt is het oordelen of dit een valide argument is een persoonlijke zaak. Het hangt van het soort geloof af, hoe binnen dit geloof naar het ouderschap wordt gekeken en hoe iemand zijn of haar geloof belijdt. Je kan er eigenlijk niets zinnigs over zeggen. Als objectief argument vind ik het daardoor ook een zwak argument. Als het wordt opgedrongen aan mensen met behulp van dit argument vind ik het zelfs ronduit verwerpelijk. Het welzijn van het kind is dan ondergeschikt gemaakt aan de geloofsovertuiging. Ik denk niet dat dit verstandig is.

13: Ik wil mijn kinderen een betere jeugd geven.

Mensen die zelf onder traumatische omstandigheden zijn opgegroeid voelen vaak een sterke motivatie om het anders te doen. Dat is nobel en soms ook helend, als een andere jeugd kan worden beleefd door de ogen van de eigen kinderen. Het kan misgaan als kinderen worden geboren met een missie. In dat geval zijn de kinderen bedoeld om een psychische beschadiging van de ouders te herstellen.

Ouders die zelf beschadigd zijn geraakt, willen soms dat hun eigen kinderen een jeugd ervaren vrij van teleurstellingen. Dat maakt het ook mogelijk om een geïdealiseerde jeugd te beleven door de ogen van hun eigen kind, waarnaar zij zelf zo verlangen. Er heerst dan druk op de kinderervaring. Het moet per se leuk zijn, en het mag nooit moeilijk of vervelend worden. Maar het opgroeien van kinderen is een ervaring die domweg belast is met talrijke teleurstellingen, vertwijfelingen en onzekerheden. Als kind ervaar je continu de veranderingen van de grenzen van je vaardigheden, je mogelijkheden en je identiteit. Als een ouder die ervaring probeert te voorkomen, dan worden relevante groeimogelijkheden kinderen ontnomen.

In plaats van het voorkomen van teleurstellingen, kunnen ouders beter inzetten in het zo goed mogelijk opvangen en begeleiden van hun kinderen bij de hindernissen die ze ervaren. Dat is een flinke uitdaging, want hoe doe je dat als je zelf als ouder geen goed rolmodel hebt gehad? Verstandige ouders kiezen dan andere rolmodellen dan hun eigen ouders en accepteren de eigen onzekerheden zonder die te projecteren op hun kind. Gesprekken met vrienden, therapeuten en andere ouders kan helpen om deze onzekerheid te verminderen.

12: Kinderen stellen mij in staat om de wereld te veranderen.

We kunnen door onze kinderen op te voeden met gezonde waarden en normen de wereld verbeteren. Maar het is geen garantie en de invloed van een ouder is beperkt. Elke generatie maakt zijn eigen afwegingen en zijn eigen fouten. Daarnaast heb je als ouder een beperkte invloed op het leven en het gedrag van je kind. Misschien is jouw invloed het grootst, maar (social) media, leeftijdsgenoten, docenten, artiesten, kunstenaars enzovoort oefenen ook invloed uit op de behoeften en waarden van jouw kind. Die invloeden zijn vaak anders dan hoe jij zelf zou willen dat de wereld eruitziet.

Dit generatieconflict is van alle tijden en in zekere zin behorend bij de menselijke ervaring. Het is geen probleem als we er open over kunnen discussiëren zodat er wijsheid ontstaat voor alle betrokkenen. Het is wel een probleem als we kinderen gaan dwingen om de waarden van eerdere generaties over te nemen. Niet alleen verhindert dat groei en progressie. Het leidt ook tot frustratie en trauma’s.

11: Kinderen stellen mij in staat om meer te leren over het leven.

Ik heb dit ook gehoord als: met kinderen kan ik de wereld weer voor de eerste keer ervaren. En het is mij soms ook verteld als: kinderen geven mij wijsheid en leren mij meer over mijzelf. Het klopt denk ik dat het hebben van kinderen je veel kan leren over het leven. Het stelt je bijvoorbeeld beter in staat op reflecties over je eigen kindertijd, door als volwassene te zien hoe jouw kinderen zich vormen en het leven ervaren. Daarnaast zijn de ervaringen van kinderen vaak mooie duidelijk herkenbare primaire emoties zoals blijdschap of angst. Die zijn nog niet aangetast door sociale druk, herinneringen of culturele normen. Maar het hebben van kinderen is niet de enige manier om te leren over het leven. Er zijn wellicht ook betere manieren te verzinnen. Door veel te studeren bijvoorbeeld. Of door veel verschillende culturen te zien, een tijdje in het buitenland te wonen, of een tweede opleiding te volgen. Het is daarom als sluitend argument nogal zwak.

10: Ik kan makkelijk grenzen bepalen en bewaken.

Een andere manier om dit te omschrijven is: je bent van nature niet conflict vermijdend. Het opvoeden van kinderen betekent het continu aangaan van conflicten. We zullen voor onze kinderen hun grenzen moeten bepalen. In het begin heel vaak, later wat minder. Onze kinderen zullen die grenzen soms verwerpen of niet herkennen. Kan je als ouder op een flexibele manier de grenzen stellen en bewaken? Bijvoorbeeld om te zorgen dat je kind veilig blijft, goed eet, voldoende slaapt en zijn school afmaakt, ondanks dat je kind misschien daar hele andere gedachten bij heeft? Hoe je die grenzen bewaakt kan op veel verschillende manieren. Door een voorbeeld te zijn bijvoorbeeld. Of door te inspireren. Door te begeleiden. Of door te onderhandelen. Het gaat hier ook om of je jezelf flexibel vindt in het vinden van oplossingen rondom het bewaken van grenzen. Voldoe je aan deze eigenschap? Dan ben je waarschijnlijk wel geschikt als ouder. Maar het is geen antwoord op het vraagstuk of je ook een ouder wil worden.

9: Ik ben van nature geduldig en empathisch.

Kinderen onderzoeken telkens hun controle, afhankelijkheid en mogelijkheden. Later onderzoeken ze hun identiteit en vormen ze hun normen en waarden. In dat proces worden fouten gemaakt. Of keuzes gemaakt die jij misschien niet omarmt of zelf zou maken. Op dat moment is er geduld nodig om niet het ontwikkelings- en hechtingsproces van kinderen te frustreren. Heb je vaak voldoende geduld in het leven, met name bij onverwachte ongelukkige situaties? Dan zal het ouderschap wel lukken. Maar het hebben van de juiste voorwaarden voor ouderschap is niet ook een argument om voor kinderen te kiezen. Het argument is daardoor non sequitur.

8: Ik kan omgaan met tegenslag.

Ben je van nature flexibel, heb je geen sterke verwachtingen die per se moeten uitkomen en kan je meedeinen met tegenslagen? Want niks staat vast en tegenslagen lijken onherroepelijk te ontstaan tijdens het opvoeden van kinderen. Een belangrijke deadline missen op het werk doordat je kind ziek is geeft je bijvoorbeeld geen twijfels en kan je makkelijk mee omgaan. Voldoe je hieraan, dan zal ouderschap wel lukken.

Maar net als bij nummer 10 en 9, het niet hebben van een afwijzende indicatie voor het ouderschap is niet een argument om wel voor kinderen te kiezen. Maar het nemen van kinderen wordt verrassend vaak wel zo gemotiveerd. Meestal gaat het dan om de beslissing dat je voor een kind kiest, zelfs als het kind gehandicapt blijkt te zijn. Maar eigenlijk is dat geen valide argument. Het betekent dat je open naar alle uitkomsten van het ouderschap kan kijken. Daar hoort ook een gehandicapt kind bij. Een kind met een handicap is geen onmogelijke opgave, jij kan jouw leven wel anders inrichten. Maar wil je ook dat gehandicapte kind? Die vraag wordt daarmee niet beantwoord.

7: Kinderen houden mijn leven spontaan en levendig.

Kinderen zorgen inderdaad voor levendigheid en spontaniteit, met name bij jonge kinderen zit dat in hun natuur. Maar als levendigheid en spontaniteit belangrijk is dan zijn er betere manieren dan kinderen om in deze behoefte te voorzien. Voor de meeste mensen betekent het hebben van kinderen namelijk ook veel langdurig werken in een regelmatig en voorspelbaar bestaan. Dat is zeker niet altijd spontaan. Daarnaast heb je als ouder geen controle over de persoonlijkheid van je kinderen. Die kunnen bijvoorbeeld ook neurotische of introverte persoonlijkheden krijgen, en wel eens minder spontaan of levendig zijn dan je als ouder graag zou willen zien.

6: Ik zoek een verdieping in mijn relatie.

Ik heb dit argument ook gehoord in de varianten: kinderen zijn een kroon op mijn relatie en kinderen brengen mij dichter bij mijn partner. Als je enorm houdt van je partner en jouw partner van jou, en je relatie is stabiel en evenwichtig, dan is het hebben van kinderen een logische stap om een relatie verder te ontwikkelen. Samen uitdagingen aangaan maakt een relatie sterker en kan een relatie verdiepen. Het omgekeerde effect geld helaas ook: is je relatie al reeds twijfelachtig, dan zal deze waarschijnlijk meer verslechteren met kinderen. Er zijn ook andere manieren om een relatie te verdiepen. Het hoeft niet met kinderen. Samen een huis bouwen, een boot renoveren, een stichting oprichten, een bedrijf beginnen of een lange wereldreis maken zijn allemaal manieren om een relatie te verdiepen. Het is een misleiding om te denken dat alleen met kinderen dit kan worden bereikt.

5: Ik hou van kinderen.

Als je op zoek bent naar iets om van te houden zit je met kinderen meestal goed. De meeste mensen geven aan grenzeloze liefde te ervaren voor hun (pasgeboren) kind. Het is echter geen gegeven: jouw kind kan door fysieke of psychische uitdagingen jouw liefde sterk op de proef stellen. Het is dus belangrijk om te ontdekken of je verliefd bent op een projectie, of op het daadwerkelijke kind en dat kind totaal accepteert. Ook als deze atypisch blijkt te zijn.

Houd er rekening mee dat ook met een gezond kind de liefde niet altijd beantwoord wordt. Soms testen kinderen de ouders, terwijl zij hun zelfstandigheid aftasten en ontwikkelen. Uiteindelijk begint hoe dan ook een scheidingsproces en gaan volwassen kinderen bij je weg. We kunnen dus niet stellen dat kinderen altijd liefde gaan teruggeven. Als je geluk hebt wordt je liefde zo nu en dan beantwoord. Maar het is normaal in het ontwikkelingsproces dat kinderen dat soms niet doen. Ook dan moet je kunnen blijven houden van je kind.

4: Zorgen voor anderen gaat natuurlijk en eenvoudig.

Je kan houden van het zorgen voor een kind, maar kan je het ook eigenlijk? Je kan verifiëren of je goed kan zorgen voor een ander door te reflecteren of je in staat bent om te zorgen voor jezelf. Neem je makkelijk afstand van stress, ga je op tijd naar bed, is gezond eten geen uitdaging en voldoende beweging lukt je van nature? Dan zal het wel goed komen. Overigens vertellen ouders met oudere kinderen een ander verhaal over zorg dan ouders die nog in verwachting zijn.

De ouders met oudere kinderen vertellen dat het echte zorgen voor kinderen veel meer gaat om psychologische zorg dan om bijvoorbeeld verantwoorde voeding of het verschonen van een luier. Ook dat is iets waarover je kan bedenken of je ertoe staat bent. En of je er ook voldoende energie voor hebt. Denk je dat je het kan? Dan is dat niet een argument om voor kinderen te kiezen, maar het is wel een sterk argument dat je geschikt zou kunnen zijn als ouder. Ik sprak verrassend veel mensen die voordat er kinderen kwamen experimenteerden met een puppy of een kitten. Het is geen substituut voor een kind, maar het geeft wel een indicatie of je de zorgtaak aan kan.

3: Je wilt sterke, zelfstandige mensen maken.

Dit is een nuchtere, pragmatische kijk op het ouderschap. Een beetje calvinistisch ook misschien, maar vooral gebaseerd op realisme. Het ouderschap wordt gezien als een nuttige taak, een missie waarin er gewerkt wordt samen met elkaar aan het maken van een nieuwe generatie sterke, zelfstandige mensen. Een uitdagende taak die ons op de proef stelt, maar we gelukkig nooit alleen hoeven te doen. Maar ook een taak die waardevol is. Juist door de intrinsieke kwaliteit die er rust in het maken van mensen die zelfstandig, gezond en evenwichtig in het leven staan.

Het opvoeden van mensen is nobel in zichzelf, zolang het einddoel van een sterke nieuwe generatie centraal staat in de taak. En niet de ego behoeften van de ouders. Kinderen gaan uiteindelijk weg om als volwassene een eigen verhaal maken. Jouw taak als ouder is om kinderen in dat scheidingsproces stapje voor stapje te begeleiden. Zodat je kinderen uitgroeien in sterke, zelfstandige en onafhankelijke volwassenen. Dat is een vorm van werk. Een project zonder duidelijke einddatum. Als je dat een aantrekkelijk project vindt kan ouderschap wel wat voor je zijn.

2: Ik hou van het zorgen voor een ander.

Zonder twijfel een belangrijk argument. Als ouder ben je voortdurend aan het zorgen. Die zorg veranderd ook continu van aard. In het begin is het vooral primaire zorg: voeden, wassen en kleden. Vrij snel veranderd de zorg van primair naar psychologisch. Dan ben je vooral bezig met opvoeden: vaardigheden aanleren, grenzen stellen, kennis overbrengen, inspireren, moraliteit bijbrengen, wijsheid doorgeven enzovoort.

De zorg voor een kind stopt nooit. Zelfs niet als de kinderen het huis uit gaan. De rest van je leven ga je zorgen voor jouw kinderen. Weliswaar steeds een beetje minder, maar nooit helemaal niet. En meestal komt na de kinderen de zorg voor de kleinkinderen. Vind je het zorgen voor anderen leuk en motiverend en wil je dit een leven lang doen? Dan vind je waarschijnlijk kinderen ook leuk. Heb je hier helemaal geen affiniteit mee? Misschien is het dan beter om geen kinderen te nemen. Of te kijken naar het zorgen voor kinderen in een begrensd tijdskader, bijvoorbeeld in het onderwijs.

1: Kinderen geven plezier.

Als je terwijl je in de buurt bent van kinderen standvastig positieve opwekkende emoties ervaart zoals blijheid, plezier, trots of hoop dan is dit een sterk teken dat het ouderschap bij je past. Maar ervaar je ook het plezier bij alle leeftijden en fases? Want kinderen groeien wel snel op. Zijn tegenstribbelende peuters ook aandoenlijk voor jou? En zoekende uitdagende pubers? Als je babies erg leuk vindt maar pubers verschrikkelijk is het handig om wel nuchter te blijven want die baby wordt echt een puber. Een beetje relativeren mag natuurlijk: bijna niemand vindt alle fases van kinderen even leuk. Maar hopelijk vind je sommige fases ook niet afstotelijk.

Nog iets om over na te denken: ervaar je ook plezier terwijl je jezelf inbeeld in de rol van vader of moeder? Sommige mensen vinden kinderen heel leuk, maar zien op tegen het zelf moeten corrigeren of opvoeden van een kind 24 uur per dag. Het kan ook praktischer natuurlijk: als je jezelf inbeeld hoe je het verjaardagsfeestje straks organiseert of je kind wegbrengt naar voetbal dan vervult dit je bij voorbaat al met plezier. Vind je kinderen leuk, maar zie je het ouderschap als een te grote belasting? Dan is werken met kinderen misschien beter. Of af en toe zorgen voor de kinderen van familie of vrienden.

Beschouwing op de lijst.

Er zijn nog veel meer redenen waarom mensen kiezen voor kinderen. Deze lijst zijn de dertig argumenten die ik het meest heb gelezen of gehoord. Voor mij zijn slechts twee argumenten echt relevant. Namelijk hou je van zorgen en geven kinderen je plezier? Andere motivaties beoordeel ik als onlogisch of alleen maar geldend onder een specifieke context die voor mij niet opgaat.

Het valt op hoe divers er over kinderen krijgen wordt nagedacht. En hoe ontzettend het ouderschap is opgehemeld met projecties over hoe kinderen je leven gaan vullen met liefde, zinvolheid en plezier. Nogal opzienbarend is de wetmatigheid waarmee dit gepresenteerd wordt. Het is niet een mogelijkheid dat je plezier gaat ervaren met kinderen, maar je zal plezier ervaren met kinderen. Hoe schokkend moet wel niet zijn voor mensen voor wie die verwachting niet uitkomt.

Bovenstaande lijst is interessant als je het vergelijkt met een lijst met argumenten waarom je niet voor kinderen zou willen kiezen. Die lijst is een stuk feitelijk van aard. Er lijken veel meer logische argumenten te verzinnen om niet voor kinderen te kiezen. Het is ook niet zo gek dat steeds meer hoogopgeleide mensen minder kinderen maken. Ik vooronderstel dat zij beter in staat zijn om geïnformeerd en meer rationeel tot een keuze te komen. Ik juich dat toe: kinderen verdienen het om ouders te krijgen die weloverwogen volledig voor het welzijn en de opvoeding van hun kind gaan.

Als mensen kiezen voor kinderen heb ik daar geen waardeoordeel over. De kinderwens is een persoonlijk proces, daar kan je niet als buitenstaander over oordelen. Wat ik wel heb ontdekt is dat aanstaande ouders hun ouderschap motiveren met veel pretenties en projecties. Dat is niet perse verkeerd, we hebben allemaal denk ik wel verwachtingen over onszelf. Maar het vraagt wel om wat bezinning om erachter te komen wat nou fantasieën zijn en wat gegrond is in de werkelijkheid.

  1. Bijzonder behulpzaam was het boek ‘Een leven zonder kinderen’ van Miriam de Rycke. ↩︎
  2. De reddit groepen /Childfree, r/Parenting en r/Regretfulparents gaven veel inzicht. ↩︎
  3. Bron: CBS ↩︎

Wouter Tooren

Get in touch

Quickly communicate covalent niche markets for maintainable sources. Collaboratively harness resource sucking experiences whereas cost effective meta-services.